IEDEREEN OP POST
Rampspoed.
Iedereen
krijgt er in zijn of haar leven ongewild mee te maken. Een brand, een
inbraak,
een overlijden van een naaste, of ... een briefje in de bus met "U was
niet thuis, uw pakket werd bezorgd in het dichtstbijzijnde
postkantoor". Nu is de bezorging van pakketjes sowieso de meest moderne vorm
van huisarrest. "Uw pakket wordt geleverd tussen 8 uur en 20 uur". Lekker
concreet, hartelijk dank. Dan weet ik wanneer u juist komt. Maar goed, we
waren niet thuis, dus ... we rapen al onze moed bijeen en vertrekken ...
richting postkantoor!
Meteen
het moment voor twee extra klusjes. Postzegels kopen en een te groot
besteld T-shirt terugsturen. Dat zal dus nog wel
meevallen. Bij aankomst duw ik de deur open. Nu ja, dat is veel gezegd. De deur klemt omdat de wachtruimte volgepropt staat met
klanten. Er is namelijk slechts
één loket open voor zo'n 25 klanten. Aanschuiven dan maar. Achter opvallend veel bejaarden in de wachtrij. En dat
wachten duurt
vaak zo lang dat er al enkelen overleden zijn tegen dat ze het loket
bereiken.
Zij zijn genoodzaakt hun brief pas na hun overlijden te versturen. Daar
komt dan
ook de term "post-uum" vandaan. Postuum betekent: na uw overlijden (in
de wachtrij van het
postkantoor).
Ik zou er bijna medelijden mee krijgen. Maar niks daarvan, in de jungle
geldt de wet van de
sterkste. Elk overlijden is een klant minder en een plaats in de
wachtrij gewonnen. Al leg ik uit respect vaak een klein briefje bij de
overledene met een opschrift als "Hier ligt mevrouw De Porter, de
wachtrij
is weer korter". Ik noem dat soort briefjes een persoonlijke "post
mortem".
Twee uur en vier
overlijdens later ben ik aan de beurt. Ik vraag dan ook heel vriendelijk om 25
postzegels.
"Om op brieven te plakken"?
Ik kijk het fossiel achter het loket vriendelijk, doch meewarig aan.
"Nee, om mijn slaapkamer te behangen. Ik ben fan van B-Post".
Ze geeft me 25 postzegels, waarop ik het T-shirt toon en zeg: "Opsturen
alstublief".
Het ros gevaarte achter het loket is overduidelijk een haargekleurd blondje,
want algauw volgt:
"Da ga ni meneer, da moet ge inpakken en frankeren, ge kunt da zo ni
opsturen".
Daarop komt de flauwe plezante in mij naar boven, en met een uitgestreken
gezicht zeg ik:
"Het adres staat er al op hoor, hier op de borst, dit T-shirt moet naar
Scappa in Schotland".
Heel even twijfelt ze. Maar algauw loopt ze toch naar de kast en haalt er een stuk
karton uit.
"U gaat het toch moeten inpakken, meneer. Dit postpakket mag u even vouwen en daar mag u het T-shirt insteken. Het
adres schrijft u aan de buitenkant van de doos".
Daar is dus duidelijk over nagedacht. Stel je maar eens even voor dat je de naam aan de binnenkant
van de doos zou schrijven. Het zou voor de postbode een stuk lastiger zijn om het pakket af te leveren.
Waarop ik plaatsneem aan een tafel en de doos begin te vouwen.
"Mevrouw, klopt het dat de doos de vorm heeft van een hond?", vraag ik
na drie kwartier geknoei om de doos in mekaar te puzzelen.
Ze kijkt me verward aan.
"Nee hoor, het heeft gewoon de vorm van een postpakket", roep het
intelligent opperwezen me toe.
Enfin, weer 2 doden en een koppel lachsalvo's van aanschuivende ramptoeristen
later, is het me gelukt. Ik begeef me opnieuw richting loket.
"U
moet wel terug vanachter aanschuiven meneer", probeert het éénhersencellige wezen nog even, maar mijn blik verraadt dat ik
het
met die stelling niet geheel eens ben, en dat ik tenminste enige
bedenkingen
wens te uiten aangaande de inhoud van de laatst gehoorde mededeling.
"Niks van! Muil houden, die kast open, aanpakken en afrekenen, lelijke
schurftheks", verzoek ik haar vriendelijk doch kordaat mij eerst even verder te helpen.
Met vrolijke tegenzin wilgt ze mijn verzoek in en neemt het pakket aan.
Verbaasd kijkt ze me aan.
"Meneer, daarnet zegt U dat dit pakket naar Schotland moet, en nu stuurt u
het naar Wilrijk?", vraagt ze verward.
Ik kijk haar ernstig aan.
"Mevrouw, in Wilrijk is een MacDonalds, dat is duidelijk een Schotse
naam, want het begint met Mac, dus Schotland kan nooit veraf zijn".
Ze knikt overtuigd. "Ah vandaar".
Ik betaal en verlaat het postkantoor. Mijn calvarietocht heeft toch enkele uren geduurd. Het is dan ook al bijna middag.
"Sorry mensen, we gaan een uurtje sluiten, komt u na de middag even terug", roept
de loketdame de lange rij wachtenden plots toe.
Briesend kijken de wachtenden mekaar aan.
Ik draai me nog even om aan de deur en kijk glimlachend naar de rij razende gezichten.
"En na het middageten, weer allemaal op post", gooi ik er vrolijk een
- volgens mij - toch wel leuke woordspeling tegenaan.
Lang geleden dat ik nog zo hard gelopen heb ...